Foto:

Zomercolumn: Camping Prietpraat

  Mensen

TOSCANE - Voor wie mijn vorige column over de verwachtingen van mijn reis naar Toscane heeft gelezen: het was exact zoals mijn pen het op papier zette. Ja, inclusief de zure lucht.

Na jaren vol reizen naar de verste uithoeken van de wereld waren we nu weer eens op de camping aanbeland. Iets wat ik heerlijk vind. En dat bedoel ik oprecht en zonder sarcasme. Het doet mij terugdenken aan mijn jeugd: eindeloos bommetjes maken in het zwembad, het geluid van zoemende krekels, liters zwembadwater doorslikken en bolletjes ijs waarvan niemand wist of het wel helemaal veilig was. Exact dat zie ik nu ook bij mijn kinderen terug. Tien uur per dag liggen ze in het water en ’s avonds om 20.30 uur, na de kinderdisco, gaan ze volledig afgedraaid hun bed in.
Maar de omgangsvormen cq. gedragscode van volwassen campingbezoekers had ik niet meer helemaal op mijn netvlies. Natuurlijk, ik weet dat iedereen elkaar iedere ochtend netjes een goede morgen wenst. Dat de wedstrijdjes Nederland - Duitsland op een hobbelig achterveld op het scherpst van de snede worden gespeeld en dat je doorgaans meer contact hebt met je buurman van safaritent 11, dan tijdens een complete reis door Zuidoost–Azië.

Maar de prietpraat die zo nu en dan haast een campingdialect lijkt, kan mij nog steeds niet bekoren. Ook nu was een aantal van mijn medekampeerders gespecialiseerd in het stellen van de meest nutteloze vragen, die als een waterval uit hun mond bleven stromen. Misschien is het mijn sociale onvermogen, noem het asociaal of een verschil in interesse. Maar een retorische vraag stellen om een gesprek op gang te brengen vind ik echt armoede en zonde van mijn tijd.

De meest karakteristieke vraag kwam van een man die zo’n 35 minuten eerder bijna z’n nek had gebroken toen hij met een noodgang zijn meer dan volslanke lijf naar het beste plekje aan het zwembad had gemanoeuvreerd. ‘Ook lekker vakantie?’, vroeg hij met een blik die deed voorkomen dat hij echt benieuwd was wat mijn antwoord zou zijn. ‘Nee, wij hebben hier een vakantiebaantje en onze kinderen verkopen ’s avonds zelfgevlochten armbandjes op het marktplein.’ Dat was wat ik dacht, maar op het laatste moment besloot ik dat toch maar niet te zeggen.

Een van de dingen waar ik wel al dagen naar uitkeek was dat ik mijn zoon in z’n nieuwe Ajax uittenue mee kon nemen naar het restaurant. Want, zo dacht ik, een campingrestaurant is het enige restaurant waar je met een voetbaltenue aan kunt schuiven zonder dat iemand vreemd opkijkt. Helaas deelde mijn vrouw deze mening niet en zo moest Boet zijn gloednieuwe Ajaxshirt weer inruilen voor meer fatsoenlijke kledij. Eerst eens even kijken wat voor mensen daar zitten, zo fluisterde ze mij toe. Die avond hebben we de balans opgemaakt. De halve eredivisie was vertegenwoordigd. Morgen zitten Boet en ik allebei in Ajaxtenue inclusief wedstrijdsokken in het restaurant aan onze pasta.

Paul
paul@marcomman.nl
marcomman.nl

Meer berichten